De grootste fout die sporters maken bij peesklachten

Je krijgt geleidelijk last van je knie. Voor je het weet, heeft het invloed op elke squatsessie. Je stopt een week of twee met trainen en pakt het weer op omdat het beter voelt, maar na drie sessies ben je weer terug bij af.

"Peesklachten? Neem rust en gebruik ijs."

"Peesklachten reageren goed op isometrische en excentrische oefeningen in een hoek van 90 graden."

"Je wordt gewoon ouder; dat hoort erbij."

Hoewel deze opvattingen lange tijd standhielden, is onze kennis inmiddels verder ontwikkeld. Uiteraard lost volledige rust peesklachten zelden op. Het draait om het vinden van de juiste mate van belasting.

 

Functie bepaalt de vorm

Net als de meeste lichaamsweefsels moet het weefsel weten wat het moet doen. Bij letsel komt collageen ter plaatse om eventuele schade te herstellen. Het probleem is echter dat het weefsel simpelweg niet weet welke functie het moet kunnen vervullen.

Neem bijvoorbeeld spieren: die moeten kunnen samentrekken en ontspannen. Pezen moeten bestand zijn tegen die krachten en deze kunnen overbrengen om beweging mogelijk te maken. Met andere woorden: een juiste dosering van belasting is vaak het belangrijkste onderdeel van het herstel.

Je kunt het ook zo bekijken: pezen passen zich niet aan simpelweg omdat er tijd verstrijkt, maar doordat ze informatie ontvangen. Die informatie bestaat uit de belasting waaraan je ze blootstelt.

Onnodig te voorzichtig zijn.

Er zijn talloze factoren die van invloed kunnen zijn op het ontstaan ​​en in stand houden van peesklachten. Denk aan enkel- en heupmobiliteit, drukverdeling onder de voet, trainingsopbouw en nog veel meer. In deze blog bespreek ik er een aantal.

Een cliënt van mij, die behoorlijk sterk is in de squat, kampte met terugkerende knieklachten. De pijn zat voornamelijk aan de voorzijde; het verbeterde tijdens de warming-up, maar verergerde na de training en in de dagen daarna. Hij was al bij diverse fysiotherapeuten geweest die de zaak te voorzichtig aanpakten, en bij artsen die niet verder kwamen dan het voorschrijven van pijnstillers, ijs en rust. Na een korte rustperiode nam de pijn telkens af. Logischerwijs ging hij dan weer trainen, waarna de pijn direct terugkeerde – wat uiteraard voor frustratie zorgde.

De kernvraag was hier: hoe maken we de pees weer belastbaar voor zware squats, in plaats van hoe we de pijn kunnen wegnemen?

Omdat hij serieus wilde trainen, was de eerste uitdaging om de reactiviteit van de pees te verminderen. Vervolgens werkten we in fasen van vier tot zes weken. Binnen enkele maanden was het knieprobleem – waarvoor hij al bijna jarenlang geen oplossing had gevonden – verholpen.

 

Toepassen wat nodig is, niet slechts wat in de boeken staat

Deze cliënt had moeite om zijn linkerheup te ‘openen’, wat ook problemen gaf bij de juiste drukverdeling op de voet. Hoewel hij sterk is, vormde de pijn een ernstige belemmering. Belangrijk hierbij: deze factoren veroorzaken de pijn niet per se, maar verbetering ervan vermindert de onnodige belasting van de aangedane pees, waardoor er beter getraind kan worden.

Laten we eerst doornemen wat er moet gebeuren:

De eerste stap draaide niet om het nastreven van hoge gewichten of kracht, maar om het opnieuw introduceren van mechanische spanning op een manier die de pees kon verdragen. Zware isometrische oefeningen verminderden de pijn en zorgden ervoor dat de pees werd blootgesteld aan een zinvolle belasting.

Oefeningen die klachten veroorzaken, worden niet geschrapt. Door met lichtere gewichten te werken en binnen een relatief pijnvrije bewegingsuitslag te blijven, kan het weefsel herstellen terwijl de vaardigheid – in dit geval de back squat – behouden blijft.

Daarnaast wordt er aandacht besteed aan eventuele technische tekortkomingen, zoals in dit geval de heupmobiliteit. Hoewel de aanpassingen relatief klein zijn, dragen ze wel degelijk bij aan het lichaamsbewustzijn tijdens de beweging.

Dit is slechts een klein onderdeel van het geheel, maar het helpt enorm bij het op gang brengen van het herstelproces.

 

Wat levert het je op?

Wees niet te bang om te trainen, maar ga ook niet te ver – houd je ego in bedwang. Vraag jezelf af: wat geeft de meeste voldoening tijdens het trainen, zonder dat je daar achteraf met pijn voor moet boeten?

Uiteraard is er bij heftige reactiviteit, ofwel klachten, een korte periode van rust wel op zijn plaats.

 

Tot slot

Pezen zijn sterke structuren, maar niet onverwoestbaar. Ze reageren echter goed op de juiste, slimme belasting. Zet je ego opzij, bouw de belasting rustig op, pak eventuele suboptimale compensatiemechanismen aan en – misschien wel het belangrijkste – beleef plezier aan het sterker worden.

Sporters willen simpelweg trainen en niet te veel tijd besteden aan allerlei ingewikkelde 'revalidatieoefeningen'. Bij peesklachten kunnen een paar kleine aanpassingen wonderen doen.

Wie serieus met training bezig is, wil gewoon aan de slag zonder al te veel poespas. Herken je jezelf in dit verhaal en wil je die vicieuze cirkel doorbreken? Dan heb je een plan nodig dat de belastbaarheid van je pezen afstemt op de eisen van je sport. Het doel is niet alleen om van de pijn af te komen; het gaat erom dat je met vertrouwen weer kunt trainen, zonder je af te vragen of de volgende zware sessie je weer zal terugwerpen.

Volgende
Volgende

Waarom is de vraag 'pull-up versus chin-up' eigenlijk de verkeerde vraag?